Therapiecodering

Bij een opname spreken arts en patiënt samen over de behandelingen die voor u zinvol en nuttig zijn. Er worden afspraken gemaakt omtrent de behandeldoelen, waardoor in een acute medische situatie het behandelend team snel en efficiënt weet welke zorgen men moet verlenen. Deze afspraak noteert de arts in de vorm van een therapiecode. We spreken dan over een DNR-code. De code komt in uw dossier zodat alle zorgverleners die bij uw zorg betrokken zijn, op de hoogte zijn van de juiste afspraken

Wat is een DNR-code?

DNR is kort voor ‘do no resuscitate’/‘do not reanimate’ (‘niet reanimeren’), maar kan ook op beslissingen rond beperking van behandelingen, zoals bijvoorbeeld over nierdialyse of sondevoeding, bevatten.

DNR 0: geen therapiebeperking

DNR 1: geen reanimatie

DNR 2: therapie niet uitbreiden bv. bepaalde behandelingen worden niet meer opgestart, bijvoorbeeld kunstmatige beademing of een opname op intensieve zorg.

DNR 3: therapie afbouwen

Een therapiecode  wordt vastgelegd door de behandelende arts  in overleg met de patiënt of zijn familie. De DNR-code staat goed zichtbaar in het medisch dossier, zodat alle zorgverleners op de hoogte zijn. Hij kan altijd worden aangepast, ook op vraag van de patiënt. 

Als u een negatieve wilsverklaring heeft, zal de behandelende arts in het ziekenhuis uw wensen omzetten naar de bijhorende therapiecodering (DNR-code). Meer informatie over negatieve wilsverklaringen.